De zon is de motor van de waterkringloop. De zon schijnt en verdampt het water van zeeën en oceanen. Grote wolken waterdamp gaan omhoog. Hoog in de lucht is het koud. De waterdamp condenseert en verandert in wolken. De wolken worden door de wind naar het land geblazen. Boven het land koelt de waterdamp af en het water valt als regen, hagel of sneeuw naar beneden. Dit heet neerslag.
Neerslag
Een deel van de neerslag verdampt meteen. Soms zelfs al voordat het op de grond is terechtgekomen. Een ander deel zakt de grond in. Dit wordt grondwater. De rest stroomt via beekjes, rivieren en kanalen terug naar de zee. Het water in beken, rivieren en kanalen heet oppervlaktewater. Het water dat niet verdampt, stroomt terug naar de zee. De zon die daar schijnt, maakt een nieuw begin aan de kringloop.
Verdamping
Wetenschappers hebben berekend dat er per jaar 450.000 km³ zeewater en 70.000 km³ zoet water verdampt.