Bij water denk je aan een vloeistof. Maar je kunt het op meerdere manieren tegenkomen. Water verandert in ijs als het bevriest. Dit gebeurt bij een temperatuur onder de 0 graden Celcius. Daarnaast kan water veranderen in waterdamp
Waterdamp
Als water verdampt, wordt het een gas. Verdampen gebeurt bij elke temperatuur. Het kookpunt van water is 100 graden Celcius. Dan verandert al het water in damp. De waterdamp (watergas) kun je niet zien. In de lucht zit veel waterdamp.
Condens
Als waterdamp kouder wordt, kan het in water veranderen. Dat heet condenseren. Adem maar eens tegen een koude ruit. Je ziet de damp uit je adem in water veranderen: condens.
Waterwolken?
Condenseren gebeurt ook in de lucht. Hoog in de lucht is het koud. Hierdoor condenseert waterdamp tot water. Daaruit ontstaan wolken. Wolken zijn eigenlijk ontelbaar veel druppeltjes bij elkaar. Soms is het zo koud in de lucht dat waterdruppels bevriezen. Zo ontstaan sneeuw en hagel.
Deeltjes water
Je kunt water dus tegenkomen als ijs, vloeibaar water en waterdamp. Natuurkundigen noemen dat de drie fasen van water. Alledrie bestaan ze uit dezelfde kleine deeltjes: watermoleculen. Als watermoleculen koud zijn, bewegen ze bijna niet. Het water verandert in ijs. Als het warmer wordt, bewegen de watermoleculen en smelt het ijs. Als het nog warmer wordt, schieten de moleculen heen en weer en laten ze elkaar zelfs los.