Landbouwers in de Drentse grondwaterbeschermingsgebieden hadden tot en met 1 april 2004 te maken met strengere provinciale regelgeving ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen en dierlijke mest. Hierdoor werden deze landbouwers benadeeld ten opzichte van landbouwers buiten grondwaterbeschermingsgebieden.
Convenant
Om deze nadelen te compenseren hebben de Land- en Tuinbouw Organisatie Noord (LTO Noord) en de WMD afspraken in een convenant vastgelegd. De provincie Drenthe ondersteunt het Convenant. Door de besluiten van de EU, vertaald in de landelijke regelgeving, is het verschil tussen het generieke beleid en het grondwaterbeschermingsbeleid in Drenthe de laatste jaren steeds kleiner geworden.
Provinciale Omgevings Verordening (POV)
In de nieuwe Provinciale Omgevings Verordening (POV) die op 2 februari 2005 van kracht werd is de strengere Drentse regelgeving daarom vervallen. De WMD vindt het belangrijk dat er binnen de grondwaterbeschermingsgebieden extra aandacht blijft voor het voorkomen van de achteruitgang van de grondwaterkwaliteit. De afpraken tussen de landbouw en de WMD om een duurzame landbouw te stimuleren in grondwaterbeschermingsgebieden blijven daarom in ieder geval tot en met 2008 van kracht.
Resultaatbeloning
Het stimuleringsbeleid voor duurzame landbouw is van kracht in alle Drentse grondwaterbeschermingsgebieden. Ook in de, binnen de provincie Drenthe gelegen, grondwaterbeschermingsgebieden van Waterbedrijf Groningen en Vitens Overijssel. Een van de stimuleringsmaatregelen is de resultaatbeloning voor gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij krijgt een landbouwer een vergoeding die groter is naarmate de milieubelasting bij de gewasbescherming minder is. De milieubelasting kan worden verminderd door minder gebruik van middelen (bijvoorbeeld alleen spuiten wanneer en op plaatsen waar het echt noodzakelijk is), of door het gebruik van middelen die geen of een veel lagere milieubelasting kennen dan de meest gangbare middelen. Uit de cijfers van de resultaatbeloning blijkt dat de milieubelasting in de diverse teelten de afgelopen jaren is verminderd. Verder worden maatregelen gestimuleerd die uitspoeling van meststoffen naar het grondwater voorkomen (toepassen van groenbemester, groene braak en biologische landbouw).




